Home  > Kennis  > Databanken  > Classificatie jeugdproblemen  > Toepassing > Nut in de praktijk

Wekelijks het laatste nieuws over de jeugdsector.
Neem een gratis abonnement.


Marjolein  Oudhof Marjolein Oudhof is contactpersoon voor vragen over het gebruik van CAP-J.

Stel een vraag

Nut in de praktijk

CAP-J kan gebruikt worden bij de bespreking van problemen door verschillende hulpverleners, bij wetenschappelijk onderzoek, en bij het afleggen van verantwoording over de besteding van gemeenschapsgeld. Indirect heeft ook de individuele cliënt baat bij het gebruik van het classificatiesysteem.

Intercollegiale communicatie

CAP-J bevordert de communicatie tussen hulpverleners over hun cliënten, omdat ze dezelfde definities van problemen hanteren. Dat zal de overdracht van cliënten en gegevensuitwisseling tussen beroepskrachten aanzienlijk makkelijker maken. CAP-J bevat immers niet alleen bekende probleembeschrijvingen en diagnoses van psychische aandoeningen zoals de het psychiatrisch handboek Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM IV), maar ook beschrijvingen van minder ernstige psychosociale problemen en van gezinsproblemen. Gebruik van CAP-J leidt bij deze onderwerpen tot meer eenheid van taal. Nu is het vaak zo dat hulpverleners denken dat ze over hetzelfde probleem spreken, maar daar toch een andere betekenis aan toekennen. Dat belemmert een goede communicatie.

Wetenschappelijk onderzoek

De beschrijving en clustering van de problemen van cliënten is ook een voorwaarde voor wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van de jeugdzorg. Het is immers belangrijk vast te stellen bij welke problemen een bepaalde vorm van begeleiding of behandeling werkt, en bij welke minder of niet. CAP-J draagt op deze manier bij aan de professionalisering van de jeugdzorg.

Verantwoording afleggen

Op dit moment kan de jeugdzorg nauwelijks aangeven welke problemen zij behandelt en of die problemen vervolgens ook verholpen zijn. De jeugd-ggz, die steeds vaker gebruik maakt van het psychiatrisch handboek DSM, is daar iets beter in. Maar ook in de jeugd-ggz laat het onderzoeken van resultaten nog te wensen over. Wanneer CAP-J breed wordt toegepast, ontstaat helderheid over de vraag welke cliënt, met welke kenmerken, gebruik maakt van bepaalde voorzieningen. Dat geeft duidelijkheid over de mate waarin het gebruik van voorzieningen samenhangt met bepaalde problemen of met andere factoren, zoals beschikbaarheid of zelfs toeval. De sector kan zo beter verantwoording afleggen aan de samenleving over de besteding van gemeenschapsgeld. Ook valt het behandelaanbod dan beter aan te sturen. Wanneer bijvoorbeeld blijkt dat een bepaalde behandeling beperkt beschikbaar is, terwijl uit de registraties in CAP-J blijkt dat een grote doelgroep ervoor in aanmerking komt, is dat een goede reden om de capaciteit van het behandelaanbod te vergroten.

Belang voor de cliënt

De gemiddelde cliënt heeft geen behoefte aan een classificatiesysteem. De kwaliteit van de hulpverlening verbetert er immers niet direct mee. Indirect is de cliënt natuurlijk wel gebaat bij een efficiënte communicatie tussen hulpverleners bij de overdracht en bij een goed gestructureerde probleemverkenning in het begin van het hulpproces. CAP-J kan dienen als zoekschema bij het onderzoeken van de problemen. De doorverwijzingen binnen CAP-J (onder het kopje 'niet te verwarren met') zijn daarbij goed bruikbaar. Verder hebben cliënten uiteindelijk ook belang bij een meer professionele zorgsector en bij meer kennis over wat werkt bij bepaalde problemen.