Home  > Kennis  > Dossiers  > Autisme  > Praktijk > Hulp aan migrantenkinderen

Classificatie Jeugdproblemen
Classificatiesysteem CAP-J met beschrijvingen van problemen van kinderen en ouders.



Karen  van Rooijen - Mutsaers Karen van Rooijen heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het dossier Autisme.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Probleemschets
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Over dit dossier

Hulp aan migrantenkinderen

Kinderen met ASS in de zorg

Autismespectrumstoornissen (ASS) lijken in alle culturen en in alle lagen van de bevolking evenveel voor te komen (Fombonne et al., 1999, in: NvvP, 2009). Wereldwijd wordt ASS via dezelfde criteria vastgesteld en deskundigen gaan er vanuit dat het een cultuuroverstijgende stoornis is (Begeer, 2009).

Naar het gebruik van zorg door migrantenkinderen met ASS in Nederland is een aantal kleinschalige onderzoeken gedaan. Daaruit blijkt dat migrantenkinderen met ASS ondervertegenwoordigd zijn in zorginstellingen. Het aantal kinderen in de zorginstellingen voor ASS met een Marokkaanse of Turkse achtergrond is de helft van het verwachte aantal kinderen op grond van CBS-cijfers (Begeer, 2009).

Ook op basisscholen wordt bij kinderen met een migrantenachtergrond minder vaak ASS vastgesteld. Uit het PRIMA-cohortonderzoek in 2004 en 2005 bleek dat leraren vaker ASS vaststelden bij zorgleerlingen met één of twee Nederlandse ouders en bij leerlingen met hoger opgeleide ouders dan bij migrantenkinderen. De Nederlandse ouders maken ook vaker gebruik van leerling gebonden financiering (Smeets e.a., 2007).

Kinderen met ASS in het speciaal onderwijs

Kinderen met ASS komen in het speciaal onderwijs terecht in cluster 2 voor auditieve problematiek en/of ernstige spraak-/taalmoeilijkheden of in cluster 4 voor ernstige gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen. In een vergelijking van het gebruik van speciale onderwijsvoorzieningen door allochtone leerlingen en autochtone leerlingen (Smeets e.a., 2009) bleken niet-westerse allochtone leerlingen ondervertegenwoordigd te zijn in cluster 4, en met name Turkse en Marokkaanse leerlingen oververtegenwoordigd in cluster 2. Volgens FORUM (2009) is cluster 2 voor allochtone ouders het meest acceptabel en trekken zij de grens tussen een taalachterstand en een taalstoornis onvoldoende duidelijk.

Verklaringen

Voor de ondervertegenwoordiging van kinderen met ASS in zorginstellingen zijn meerdere verklaringen mogelijk. De oorzaak kan zowel bij professionals als bij migrantengezinnen liggen.

Professionals

Professionals herkennen ASS minder snel bij migrantenkinderen dan bij autochtone kinderen. Wellicht komt dat doordat professionals bij migrantenkinderen met communicatieve problemen eerder denken aan een taalachterstand dan aan ASS. Ook de sociale problemen die kenmerkend zijn voor ASS kunnen worden gezien als aanpassingsproblemen van een minderheidsgroep aan de cultuur van de meerderheid (Begeer, 2009).

Begeer onderzocht in 2009 de vertegenwoordiging van Turkse en Marokkaanse kinderen in zorginstellingen voor ASS en de invloed van de etnische achtergrond van het kind. Uit het onderzoek bleek dat jeugdartsen (n=81) die een spontaan klinisch oordeel gaven over gefingeerde casusbeschrijvingen van kinderen met ASS, bij Nederlandse kinderen vaker vaststelden dat er sprake was van ASS dan bij Marokkaanse en Turkse kinderen. Dat deden ze terwijl de beschrijving op de overige punten volledig identiek was. Deze culturele 'bias' verdween wanneer de jeugdartsen op een lijst met mogelijke stoornissen aangaven hoe groot de kans was dat de problematiek die beschreven was in de casus behoorde tot ASS.

Migrantengezinnen

Uit het promotieonderzoek van Zwirs (2006) bleek dat migrantenouders minder gedragsstoornissen bij hun kinderen signaleerden en dat migrantenkinderen met gedragsstoornissen minder vaak behandeld werden voor deze problemen dan autochtone kinderen. Van der Hoek en Van der Kleij deden in 2009 een kleinschalig onderzoek naar de ondersteuning van Turkse en Marokkaanse ouders met een kind met ASS. Zij interviewden sleutelfiguren uit welzijn en onderwijs. De sleutelfiguren gaven aan dat Turkse en Marokkaanse kinderen met ASS een onzichtbare groep vormen. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat ASS een stoornis is die je niet gelijk ziet aan een kind. Dit versterkt de neiging om buiten de familiekring niet direct over de moeilijkheden met het kind te praten. Een uitzondering vormen de kinderen met een verstandelijke beperking en ASS. Deze kinderen zijn door hun verstandelijke beperking al bekend binnen de zorginstellingen.

De sleutelfiguren gaven aan dat ouders vaak niet bekend zijn met de mogelijkheden voor opvang en begeleiding. Dit geldt met name voor het Persoonsgebonden Budget. Verder werken sommige ouders uit migrantengezinnen minder gemakkelijk mee aan het behandelingstraject, omdat ze niet inzien dat een kind met ASS nog wel veel kan leren. Zij verwachten dat behandeling weinig verbetering zal brengen.

Zelftest voor ouders

Op de site www.heeftmijnkindautisme.nl van het Dr. Leo Kannerhuis staat een zelftest voor ouders met kinderen in de leeftijd van 1 tot 6 jaar. Met behulp van een vragenlijst kunnen ouders die zich zorgen maken over het gedrag van hun kind, kijken of er mogelijk sprake is van ASS. De zelftest is beschikbaar in het Nederlands, Turks en Marokkaans-Arabisch.

Bronnen