Home  > Kennis  > Dossiers  > Zorgvuldig beslissen  > Praktijk > Instrumenten en richtlijnen

Training
Tweedaagse training van het Nederlands Jeugdinstituut over zorgvuldig beslissen in onveilige opvoedsituaties.

Advies op maat pdf
Hoe kan het Nederlands Jeugdinstituut uw organisatie ondersteunen bij zorgvuldig beslissen?

Beslissen over effectieve hulp (2010)
Onderzoeksrapport over alle aspecten van een zorgvuldig besluitvormingsproces.

Beter beslissen over kindermishandeling (2011)
Onderzoek naar het effect van een beter besluitvormings­proces bij AMK's.


Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.

Uw reactie Uw reactie


Cora  Bartelink Cora Bartelink doet onderzoek naar besluitvorming in de jeugdzorg.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Praktijk
Rijksbeleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Over dit dossier

Instrumenten en richtlijnen

Instrumenten en richtlijnen helpen om te beoordelen wat de problemen zijn, hoe ernstig die zijn en welke aanpak het meest effectief is. Het gebruik van instrumenten (zoals vragenlijsten, checklists of observatielijsten) en richtlijnen heeft verschillende positieve effecten:

  • Door goede instrumenten te gebruiken voorkomt een hulpverlener een tunnelvisie, een eenzijdige focus op een deel van de symptomen of problemen. Instrumenten – mits zorgvuldig gebruikt – helpen om een volledig beeld te krijgen van wat er aan de hand is.
  • Onderzoek laat ook zien dat professionals met een instrument betere inschattingen van toekomstig gedrag van cliënten maken dan wanneer de inschatting alleen gebaseerd is op hun eigen professioneel oordeel. Bijvoorbeeld de inschatting van de kans op herhaling bij jeugdcriminaliteit, de kans op herhaling van kindermishandeling of de prognose voor de behandeling.
  • Een zorgvuldige beoordeling van wat er aan de hand is, draagt ook bij aan de effectiviteit van de behandeling.

Kiezen van een instrument

Welke instrumenten kunnen hulpverleners gebruiken als zij in kaart willen brengen welke problemen spelen of hoe een kind zich ontwikkelt? Het is essentieel zorgvuldig te kiezen welk instrument het meest geschikt is. Daarbij is het belangrijk dat een hulpverlener zichzelf een aantal vragen stelt:

  1. Is het instrument geschikt voor deze doelgroep en voor dit doel?
  2. Is het instrument of de meetprocedure voldoende objectief: beschikt het over een duidelijke instructie over de te volgen werkwijze, beschikt het over passende normen voor de interpretatie en maakt het gebruik van meerdere informanten (naast het kind of de ouders)?
  3. Wat is de psychometrische kwaliteit van het instrument? Dat wil zeggen: Is het instrument betrouwbaar? Meet het wat je beoogt te meten? (validiteit) Is de onderzoeksgroep - waar het instrument op gebaseerd is - representatief?
  4. Hoe is de verhouding tussen wat de toepassing van een instrument oplevert en wat het kost?
  5. Hoe bruikbaar is een instrument om te beslissen wat er moet gebeuren in de behandeling?

Voor een hulpverlener kan het lastig zijn om al deze punten goed te beoordelen. Hiervoor is wetenschappelijk onderzoek nodig. Een gedragswetenschapper kan beoordelen of dit onderzoek goed is uitgevoerd, zodat uitspraken over betrouwbaarheid en validiteit mogelijk zijn.

De Databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden bevat een brede verzameling van 150 instrumenten die bruikbaar zijn in de kinderopvang, het onderwijs, jeugdgezondheidszorg, CJG’s en de jeugdzorg. Meer informatie kunt u lezen in het artikel 'Gebruik van instrumenten in de praktijk (2010)' pdf, van K. van Rooijen en C. Bartelink.

Classificatiesystemen

Bij het vaststellen wat er aan de hand is, spelen ook classificatiesystemen een rol. Een classificatiesysteem zorgt voor eenheid van taal: iedereen benoemt problemen op dezelfde manier en hanteert dezelfde definitie. Het meest bekende classificatiesysteem is de DSM-IV, de Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders (vierde editie). Dit is een handboek voor psychiaters waarin psychische stoornissen zijn beschreven. Psychologen en psychiaters kunnen aan de hand hiervan vaststellen of en welke psychische stoornis een persoon heeft.
In de jeugdzorg hebben professionals niet alleen te maken met psychische stoornissen, maar ook met andere problemen. Daarom is door het Nederlands Jeugdinstituut CAP-J ontwikkeld, het 'Classificatiesysteem voor de Aard van de Problematiek van Jeugdigen (en ouders)'. CAP-J bevat beschrijvingen van problemen in het psychosociaal functioneren, de lichamelijke gezondheid, vaardigheden en cognitieve vaardigheden van kinderen en jongeren en problemen in het gezin, de opvoeding en omgeving.
Meer informatie: Classificatie Jeugdproblemen, elders op deze website.

Inbedding in het werkproces

Het is belangrijk dat instrumenten goed ingebed worden in het werkproces. Dit betekent dat het voor de hulpverlener helder is wanneer hij voor een bepaald instrument kiest. Daarnaast moet ook de organisatie een heldere visie hebben welke instrumenten gebruikt worden, en wanneer.
Voor bureau jeugdzorg is in een ontwikkeltraject een samenhangend instrumentarium ontwikkeld, door NIZW, de voorloper van het Nederlands Jeugdinstituut. Dit heeft een uitgebreide beschrijving van het besluitvormingsproces opgeleverd. Gekoppeld aan de belangrijkste stappen in de besluitvorming zijn voorstellen voor geschikte instrumenten gedaan, die bureau jeugdzorg voor een deel nog steeds gebruikt. Meer hierover lezen is te lezen in het rapport Een samenhangend instrumentarium voor het bureau jeugdzorg (2005) pdf.

Goede training en scholing

Instrumenten en classificatiesystemen kunnen nooit een goed opgeleide professional vervangen. Ook al maakt een hulpverlener gebruik van een instrument, het is altijd nodig om eigen afwegingen te maken. Instrumenten en classificatiesystemen zijn alleen betrouwbaar als je als professional de uitkomsten daarvan kunt afwegen tegen je professionele ervaring.